Sophus Claussen (1865-1931)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

EKBÁTANA

Ik weet nog die lente toen mijn hart nog in knop
een droom gewerd en zocht naar wat rijmde daarop,
een rijm welks glans neerdalen zou, ik weet niet van waar,
zó als de zon ondergaat in Ekbátana.
 
Een wijsneus kwam me spottend verklaren
dat de klemtoon moest zijn Ekbatáne.*
Echt sneu zo’n droogstoppel, ja,
die heeft geen idee dat je hóudt van Ekbátana.

Die stad met haar duizend verstrooide terrassen,
geheime gangen, muren zonder tal** ─ zoals die passen 
daar diep in Perzië, de roos komt ervandaan, 
in mensenheugenis begraven ─ Ekbátana.
 
Die verre lente, toen mijn ziel nog in knop
onmogelijke rozen droomde en wat rijmde daarop,
is voorbij, hoewel de lucht ook toen vol licht was, ah!
─ Wég, als de zon die verdween achter Ekbátana.
 
Maar de droom herrees in een lente, Parijs!
De wereld werd diep en Assyrisch en wijs
als bloedde de Oudheid in alle overvloed na...
’k Heb één dag geleefd in Ekbátana.
 
Mijn ziel vloeide als een syrinx*** van tonen,
tot de zon onderging, in de parken deed vlammen de kronen
en m’n hart is hooggestemd ingeslapen daarna,
als op een zonsondergang over Ekbátana.
 
Maar de zeden van het volk? Wordt er iets groots verricht?
Wat blijft aan nieuwigheid, zal opzien baren gaan?
Waanzin en verschrikking in spijkerschrift
op je koninginnelijf ─ Ekbátana.
 
Maar de roos, dierbaarste droom die de wereld bezat,
alle wellust des levens ─ wat had je er helemaal aan?
Een teken, een bloem, achteloos aangereikt, niet meer dan dat,
op een koninklijk feest in Ekbátana.
 
Maar ik volhardde, trots beving me. ’k Had in de droom geraakt
aan een dieper geluk dan iemand ooit heeft gesmaakt.
Mocht een zondvloed mij meevoeren ver hiervandaan
─ ’k heb een dag geleefd in Ekbátana. 
 
* Men zou kunnen denken dat de vertaler last heeft gehad van rijmdwang... (Eindrijmen zoeken werk, zoals de dichter Benno Barnard zei.) Ik geef toe, mooi is anders, maar grappig genoeg heeft het origineel ook Ekbatáne (rijmend op het Deense ane aan het slot van de voorgaande regel). Dat heb ik dankbaar overgenomen, en daarmee doet mijn oplossing even knullig aan… Opmerkelijk is dat deze tweede strofe volledig ontbreekt in de bloemlezing van Deense twintigste-eeuwse poëzie in vertaling Een maan door het koren (De Bezige Bij, 2000). De verwarring stijgt bij mij ten top als Ekbátana in de daar gepresenteerde versie van het gedicht consequent geschreven wordt als Ekbataná. 
 
** Volgens Herodotus had de stad zeven muren in zeven verschillende kleuren.
 
*** Syrinx: panfluit. De benaming panfluit verwijst naar de Griekse god Pan. Het verhaal van Pan en Syrinx stamt uit  de Griekse mythologie. Zie aldaar.
 
  
 
Ekbátana is voor het eerst gepubliceerd in Sophus Claussen’s Valfart (1896). Ook opgenomen in Claussen, Sophus (2001). Samlede digte 1-4. Gyldendal. 

Portret: houtsnede door Kongstad Rasmussen (zich later noemende Kristian Kongstad) in: Jensen, C.E. (1898), Vore Dages Digtere : Karakteristiker. Bojesen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten